Gedragscode

Visie

De stichting “De Haagse Soepbus” is een organisatie die zich inzet voor sociaal kwetsbare mensen en een bijdrage wil leveren aan het verbeteren van leefomstandigheden van mensen door er zorg voor te dragen dat zij toegang hebben tot voeding en geholpen worden bij het vinden van wegen naar hulpverlening.

Bejegening en zorgvuldige omgang tussen vrijwilligers en diegene die van onze diensten gebruikmaken draagt bij aan de kwaliteit van ons werk en het bereiken van onze doelstellingen.

De kernwaarden die wij hanteren zijn:

  • Menselijk
  • Betrokken
  • Klantvriendelijk
  • Integer

Een omschreven gedragscode is niet limitatief. Er zullen zich altijd situatie voordoen de niet beschreven worden in een gedragscode. De keuze die dan gemaakt wordt in het handelen moet wel in de geest zijn van de hieronder beschreven gedragscode.

Elke vrijwilliger moet zich ervan bewust zijn dat er grenzen zijn. Het elkaar aanspreken en laten aanspreken op gedrag is noodzakelijk wanner er situatie zijn de schuren met de gedragscode. Bij overschrijding van de gedragscode volgt er altijd een gesprek met twee bestuursleden en kan dit leiden tot het (tijdelijk) opschorten of beëindigen van de werkzaamheden. Deze gedragscode is gebaseerd op relevante Nederlandse Wetgeving.

Doel

Deze gedragscode geeft aan wat wij als stichting in houding en gedrag verwachten van onze vrijwilligers. Houding en gedrag dat past binnen de doelstellingen en visie van de stichting en gedrag dat leidt tot goede, respectvolle en veilige samenwerking tussen vrijwilligers onderling en in relatie tot bezoekers die van onze geleverde diensten gebruik maken.

Reikwijdte

De gedragscode geldt voor alle vrijwilligers inclusief bestuur en ook voor personen die incidenteel werkzaamheden voor de stichting uitvoeren

Definitie

Bestuur

Hiermee worden de bestuursleden bedoeld zoals beschreven in de statuten van de stichting “De Haagse Soepbus”.

Bezoeker

Onder bezoekers worden die personen verstaan die gebruik maken van de soepbus en aanverwante dienstverlening.

Vrijwilligers

Onder vrijwilligers worden die personen verstaan die worden ingezet voor het op een correcte wijze uitvoeren van de werkzaamheden zoals beschreven in de werkinstructies die gelden voor de soepbus en alle andere mensen die binnen de stichting activiteiten uitvoert ongeacht de functie of relatie met de stichting.

Liefdesrelatie

Een bijzondere relatie die door aard en intensiteit uitstijgt boven een normale persoonlijke relatie. Een relatie waarbij twee mensen zich met elkaar verbonden voelen en waarbij een gevoel van intimiteit ontstaat. Dit kan zowel op lichamelijk, emotioneel als spiritueel vlak. Het gaat erom dat er aanrakingen en gevoelens zijn en gedachten met elkaar worden gedeeld die je niet met andere collega’s of cliënten om je heen deelt.

Ongewenst gedrag

Onder ongewenst gedrag wordt grensoverschrijdend gedrag op het terrein van (seksuele) intimidatie, agressie, discriminatie, pesten en roddelen verstaan. Daarnaast gaat het om ongewenst gedrag bij het omgaan van alle materialen, hulpmiddelen en (elektronische) communicatiemiddelen die door de stichting aan de vrijwilligers zijn verstrekt of die staan in de gebouwen waarin gewerkt wordt. 

Persoonsgegevens

Alle informatie over personen waaraan een persoon direct of indirect kan worden herkend. Het kan hierbij gaan om naam, adresgegevens, telefoonnummer, geboortedatum, e-mailadres, foto, film, etc.

Omgaan met grenzen algemeen

  • Vrijwilligers gaan met respect om met andere mensen. Zij erkennen dat er verschillen zijn tussen mensen en discrimineren niet;
  • Alcohol, drugs en andere stimulerende middelen zijn niet toegestaan tijdens het uitvoeren van de vrijwilligers werkzaamheden en hebben geen invloed op deze.;
  • Alle seksueel getinte gedragingen en/of toespelingen tussen vrijwilligers onderling, tussen vrijwilligers en bezoekers van de soepbus en anderen zijn ontoelaatbaar;
  • We werken binnen de grenzen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en beschermen op allerlei wijze de persoonsgegevens;
  • Elke vrijwilliger heeft het recht zijn of haar mening intern schriftelijk dan wel mondeling kenbaar te maken;
  • Kleding en uiterlijk beïnvloeden de communicatie niet;
  • De zorg voor veiligheid is van ons allemaal, zowel voor jezelf, je collega’s en cliënten en van je werkomgeving;
  • Materiaal en middelen die door het bestuur van de stichting worden gegeven om het werk goed en veilig te kunnen doen worden gebruikt, verzorgd en onderhouden waarvoor ze bedoeld zijn;
  • Uitingen naar derden en op Sociale media getuigen van respect voor de privacy van collega vrijwilligers en bezoeker en de Stichting;
  • De vrijwilliger gaat niet in op en neemt zelf geen initiatief tot commerciële gedragingen tegenover een bezoeker en collega’s;
  • Geschenken of giften van derden worden niet geaccepteerd, ook geven we geen geschenken of giften op persoonlijke titel aan derden verbonden met de stichting.

Grenzen tussen vrijwilligers/collega’s

  • De relatie tussen vrijwilligers onderling is primair een werkrelatie waarin respect voor elkaar en elkaars meningen evenals emotionele, culturele, religieuze en fysieke integriteit te allen tijde voorop staat en wordt bepaald door respect voor ieder ras, sekse en levensbeschouwing;
  • Pesten, verbaal (negatieve uitlatingen en grof taalgebruik) en fysiek geweld en (seksuele) intimidatie onderling doen we niet en vinden we ontoelaatbaar;
  • Wanneer er een zakelijke, seksuele of liefdesrelatie ontstaat wordt het bestuur geïnformeerd;
  • Vrijwilligers gaan niet in op en nemen zelf geen initiatief tot commerciële gedragingen tegenover een andere vrijwilliger. Vrijwilligers moeten zich vrij ten opzichte van elkaar kunnen gedragen. Iedere commerciële handeling tussen vrijwilligers kan leiden tot een verschil van mening over de handeling. Dit beïnvloedt de werkrelatie en dat is niet wenselijk.

Grenzen tussen vrijwilligers en bezoekers  

  • Vrijwilligers werken in de context van hun taakbeschrijving en zijn daarover duidelijk naar bezoekers, hun netwerk, collega vrijwilligers en derden. Wij beseffen ons voortdurend dat de bezoekers een afhankelijke positie ten opzichte van ons innemen en wij bewaken de grens van afstand en nabijheid;
  • Er wordt zorgvuldig omgegaan met persoonlijke gegevens van zowel bezoekers als collega vrijwilligers. Persoonlijke informatie die niet noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken wordt niet zonder toestemming van betrokkene intern gedeeld (mondeling, schriftelijk of digitaal) met anderen (uitgezonderd in levensbedreigende situaties). Het extern delen van informatie zonder toestemming van betrokkene vooraf gebeurt alleen na goedkeuring van het bestuur;
  • De vrijwilliger heeft buiten werktijd geen contact met bezoekers. De vrijwilliger dient er rekening mee te houden dat bezoekers (mogelijk) geen onderscheid kunnen maken tussen het handelen van de vrijwilliger tijdens diensttijd en het handelen buiten diensttijd. De vrijwilliger dient zich daarvan voortdurend bewust te zijn. In het bijzonder dient de vrijwilliger ook buiten diensttijd zich naar de inhoud van deze code te gedragen.

Omgaan met grenzen

  • Vrijwilligers dienen zich als collega’s ten opzichte van elkaar te verhouden. Dit biedt basale garanties op een open werksfeer zonder geroddel, gepest en geheimen. Een bijzondere verantwoordelijkheid ligt ook bij het bestuur Zij dienen alert te zijn op signalen en in voorkomende gevallen zelf zaken bespreekbaar te maken conform het beleid tegen ongewenst gedrag tussen vrijwilligers. Vrijwilligers zijn duidelijk over hun rol ten opzichte van de bezoekers en degenen die bij de bezoekers betrokken zijn.

Wat te doen bij (dreigende) grensoverschrijdingen

  • Als een vrijwilliger wordt geconfronteerd met een (dreigende) grensoverschrijding door een collega of een bezoeker dan zal hij in principe eerst zelf deze daarop aanspreken;
  • Levert dit gesprek naar mening van de aanspreker geen resultaat op, dan heeft de vrijwilliger de gelegenheid om dit in een individueel gesprek met een bestuurslid ter sprake te brengen. Indien nodig bespreekt het bestuurslid dit met de vrijwilliger en geeft daarbij ook aan van wie hij die informatie heeft;
  • Ernstige en/of aanhoudende grensoverschrijding moet altijd intern gemeld worden bij het bestuur: externe melding (politie, inspectie) kan dan worden overwogen;
  • Is er sprake van een vermoeden van grensoverschrijding dan kan vertrouwelijk advies worden gevraagd aan de vertrouwenspersoon.

Specifieke situaties

  • Is de vrijwilliger van oordeel dat zijn eigen grenzen zijn aangetast door een collega vrijwilliger dan kan hij zich wenden tot het bestuur of de vertrouwenspersoon;
  • Indien collega’s van oordeel zijn dat de grenzen van de gedragscode, en/of het professionele handelen wordt overschreden dan meldt hij dat direct aan het bestuur;
  • Is de vrijwilliger van oordeel dat zijn eigen grenzen zijn aangetast door een bezoeker, kan dit gemeld worden bij het bestuur of de vertrouwenspersoon;
  • Bij grensoverschrijding door een collega vrijwilliger tegenover een bezoeker dan moet het bestuur onmiddellijk geïnformeerd;
  • Klachten over of signalen van niet-functionele gedragingen van bestuursleden kunnen worden gemeld bij de vertrouwenspersoon;
  • Wanneer de vrijwilliger de eisen of het handelen van de organisatie in strijd acht met deze gedragscode, met de wet dan richt hij zich het bestuur;
  • De vrijwilliger kan zonder gevaar voor strafmaatregelen of oneerlijke behandeling van een (vermoede) misstand dit melden conform de klokkenluidersregeling;
  • Bij vernieling, beschadiging of kwijtraken van de gebruiksvoorwerpen die door de organisatie aan vrijwilligers in bruikleen zijn verstrekt kunnen de kosten of een deel van de kosten verhaald worden bij de vrijwilliger.

Steun en hulp

  • De vrijwilliger die slachtoffer is van grensoverschrijdend gedrag kan rekenen op steun van de stichting;
  • Het bestuur organiseert voor het slachtoffer en zo nodig voor collega’s emotionele steun en eventuele andere ondersteuning;
  • Wat gebeurt er bij overschrijding van de grens, vrijwilligers moeten dit melden aan het bestuur.
  • Het bestuur draagt zorg voor hoor en wederhoor;
  • Het bestuur besluit of er disciplinaire maatregelen moeten worden toegepast;
  • Klachten en meldingen in het kader van deze gedragscode kunnen worden ingediend tot en met een jaar na datum beëindiging van het vrijwilligersverband.